Langs het Akakus gebergte verder de woestijn in.
Door: jefkebeerends
Blijf op de hoogte en volg Jef
28 December 2010 | Libië, Tripoli
De Touareg die zich in zijn met doeken afgeschermde en van takken opgetrokken hut ophielt was vergezeld van zijn 2 vrouwen die zich met de geiten bemoeiden en, zoals gebruikelijk, al het werk deden. Een van de vrouwen kwam naar ons toe met een flink aantal pijlpunten uit het stenen tijdperk, die ze onderweg kennelijk gevonden hadden. De pijlpunten stamden uit de tijd van de eerste rotstekeningen besefte ik. Leuk dus om er een paar van de vrouw te kunnen kopen. Ongelooflijk dat die mensen het daar uithouden, kaler en primitiever kan het leven niet zijn. Van onze chauffeur, de bedoeïen, leerden we dat de Touareg langer op een plaats blijft en zich een doeken hut bouwt. Bedoeïenen leven in tenten en verplaatsen zich eerder.
Vervolgens reden we langs een rots met een groot gat, de kleine arc, kanda lupi genoemd, waar we stopten om de lunch te gebruiken. In dit gebied zijn meerdere drooggevallen bronnen. In het besef dat het al vier jaar niet heeft geregend realiseer ik me nog meer hoe onherbergzaam deze streek is. Het was koud met een gure wind, 11 graden op de thermometer die Karin bij zich had. Maar door de harde koude noorderwind leek het veel kouder. Na de lunch vertrokken we naar een zgn. mummie site, een plek waar enige jaren geleden door Italiaanse archeologen een mummie werd ontdekt en waar kon worden vastgesteld dat er 21.000 jaar geleden mensen hadden gewoond. En wellicht toen al begonnen waren met het maken van rotstekeningen…. Dit gebied, Wadi Tashauwinat, heeft volgens zeggen de grootste dichtheid aan rotstekeningen waaronder mooie jachttaferelen en vechtende jagers. We hoorden dat in die buurt Wadi Tillalen ligt, waar voornamelijk erotische rotstekeningen te vinden zijn. Of onze begeleiders daar te preuts voor waren vertelt het verhaal niet, feit is dat ze ons er niet heengebracht hebben. Overigens, een Wadi is een rivier. En wat in deze dorre droogte onvoorstelbaar is, zo’n wadi kan in een kolkende watermassa veranderen. Het is wellicht nu een goed moment het even te hebben over hoe water zich gedraagt in die duinen. Je moet je voorstellen als je vanaf de top van een duin naar beneden plast, elke druppel water wordt omvat door zandkorrels. Zo’n klein bolletje kan niet meer water absorberen, maar is wel zwaarder dan de rest van het zand, dus begint naar beneden te rollen. Plassen van de zandduin betekent dus een lawine van duizenden naar beneden rollende bolletjes die beneden aan de duin tot stilstand komen en daar rustig blijven liggen. Het water wordt dus niet in de bodem opgenomen. Een stortbui zou op die mannier dus inderdaad een zondvloed kunnen veroorzaken, want het water blijft naar lager gelegen gebieden stromen. De plaatselijke bevolking plast in die omgeving overigens als volgt: er wordt een kuiltje gemaakt, mannen gaan op hun knieën en plassen het kuiltje vol. Vrouwen gaan op hun hurken zitten boven het kuiltje, gooien hun rokken omhoog en legen hun blaas. Mijn grote boodschap in die woestijn gaf me het heerlijke gevoel dat ik over de grootste kattenbak kon beschikken die maar wenselijk is.
Woensdag 29/12. Alhoewel het wederom een koude nacht was heb ik goed geslapen. Mijn tent stond in een ring van stenen die daar in het zand lag. Ik had de vorige dag de schedel van een schaap gevonden en die op de wagen van onze chauffeur, Abdul number one, gelegd. Toen ik mijn tent uitkwam stond de schedel op een stok voor mijn tent. Met de stenen rond mijn tent was dat het moment om een soort van indianenlied aan te heffen en een indianendans te doen. Het werd een mooi ochtendritueel. Met onze chauffeur Abdul had ik inmiddels een buitengewoon goede verstandhouding. Hoewel we elkaars taal niet spraken, verstonden we elkaar taal,we vonden elkaar in plezier en lichaamstaal. We lachten veel en vielen elkaar in de armen van blijdschap en pure vreugde. Hij maakte duidelijk dat hij als moslim liefde en respect had voor zijn medemens, wat volgens hem de basis was van zijn geloof. Elke ochtend voor ons vertrek ging hij op de knieën, gericht naar het oosten, waarna hij voedsel en hout achterliet, als offer. Ook bij aankomst zagen we hem bidden, uit dankbaarheid.
Deze ochtend namen Karin, Jessica en ik het initiatief om alvast een stuk te gaan lopen, voor de chauffeurs vertrokken, wat heerlijk was om eindelijk weer eens goed in beweging te zijn. De beloofde wandeltochten waren ons tot nu toe onthouden, en het was de begeleiders maar moeilijk duidelijk te maken dat we ons graag ook zelfstandig een stuk wilden verplaatsen. We wisten de richting die we zouden reizen dus we konden ons al lopend te goed doen aan het prachtige landschap van verweerde rotsformaties die de meest bizarre vormen hadden gekregen. We zagen boeddha’s en reuzen, dieren en fortenformaties, vele gezichten en kastelen. Het was in dit gebied dat ik me kon voorstellen dat er buitenaardse wezens als aliens zouden kunnen verblijven. Als er al landstreken zijn die daarvoor in aanmerking komen, dan zouden deze buitenaardse Aarde bezoekers hier hun veilige woonplaats hebben. En ik stelde me voor hoe deze wezens pendelen tussen de Aarde en andere bewoonde planeten in de kosmos. Of ik te weinig geconcentreerd was weet ik niet, maar het is me niet gelukt met een van hen in contact te komen.
Nadat we weer waren opgepikt reden we naar de grote Arc, een imposante rotsformatie waar de Arc de Triomf kleinzielig bij afsteekt. De lunch werd, zoals de meeste dagen, klaargemaakt in de schaduw van een van de rotsen, waar het dus koud en winderig was. Dus zochten wij zo'n honderd meter verder een plek in de zon, waar we overigens prima werden bediend en onze lunch werd geserveerd. Ik had het idee dat de kok ongelooflijk zijn best deed er wat van te maken, maar zich absoluut geen houding wist te geven hou hij met de situatie moest omgaan. Hij voelde zich erg verantwoordelijk, maar was tegelijkertijd zo onzeker dat het soms aandoenlijk was hoe hij zijn onzekerheid moest overschreeuwen in zijn contact met onze chauffeur Abdul number one. Want de kok heette ook Abdul Rachman. Hem noemden we number two, waar hij natuurlijk vriendelijk om lachte. Maar Allah hoorde hem brommen…. Na de lunch zijn we weer gaan lopen, maar al snel reden de beide auto’s achter ons aan. Wat ook niet echt lekker meer liep, dus weer de auto in om door te rijden naar een waterbron waar ik me kon scheren en mijn haren gewassen heb in het koude woestijnwater.
Als we tegen het eind van de middag weer een duinpan zoeken rijdt de jeep zich op een duintop vast, de voor en achterwielen bengelen boven de grond, wat een buitengewoon komisch gezicht is. Dat wordt dus graven tot de wielen weer zand raken en de tocht kan worden voortgezet. Aan de andere kant van de heuvel vinden we een prachtige slaapplek, koud (het werd ’s nachts 2 graden) maar gelukkig ging de wind liggen.
Vermeldenswaard is dat onze kok die avond een brood gebakken heeft, in het zand. Terwijl een flink vuur werd gemaakt kneedde hij het deeg, waarna de vuursintels aan de kant werden geschoven en het brood werd ingegraven, met zand bedekt en daarop het gloeiende houtskool.
Na enige tijd, toen uit het 'op het brood kloppen' bleek dat die kant van het brood gaar was, werd het brood uitgegraven, omgedraaid en opnieuw met zand en smeulend vuur bedekt. Toen het brood klaar was werd het afgeklopt en een beetje afgeschraapt, maar bleek er geen zandkorrel in het brood te zitten.
Donderdag 30/12 rijden we op de gebruikelijke tijd rond 10 uur van de zandduinen met zijn prachtige kleuren, van goud, tot roze en geel, een woestijn in die uitsluitend uit stenen bestaat, een gebied van zeker 100 bij 100 kilometer stenen, zo ver als het oog reikt en nog verder dus. Bizar om te zien, omring door lage, door erosie afgeplatte bergen, reden we door een groot vlak terrein met louter stenen die daar al duizenden jaren, wellicht langer, al zo lagen. Waarschijnlijk ooit de lucht in geslingerd bij een vulkaanuitbarsting. En ook daar, net als alle andere dagen gedurende onze reis, stond in the middle of nowhere een politiepost. Dus wij weer onze meest vriendelijke gezicht opgezet, en konden we doorrijden nadat mister number one de benodigde papieren had afgegeven, zodat de hoge heren die achter dit controle systeem zaten wisten waar we vandaan kwamen, waar we waren en waar we naar toe gingen. Krankzinnig is dat het natuurlijk erg simpel is om een heuveltje verder te rijden om de post te missen, maar uiteindelijk zou je terug moeten langs de posten die je hebt gemist.
Heel in de verte zagen we de indrukwekkende zandduinen van Murzuk, waarnaar we onderweg waren. Lunchen deden we op een volkomen ingestorte berg, waarvan de brokken verspreid lagen als stukken natuurlijk beton, bestaande uit grint en lava. Ook vandaag weer veel rotstekeningen, maar vooral gravures tegengekomen, van neushoorn, giraf en olifant, en – hoe vrijmoedig en onontkoombaar – van een copulerende stier op koe. Het was hier een erg ruig gebied, waar tot 8 jaar terug veel regen viel en onweersbuien regel waren. De bliksem zou daar zo vaak in de bergen zijn ingeslagen dat die waren gespleten, wat de oorzaak was van de naar beneden gerolde grote zwarte granieten brokken. Met de rondliggende brokken basalt en lava uit een ooit vuurspuwende vulkaan, leek het eerder op een maanlandschap dan op een woestijn.
Vrijdag 31/12. Na weer een koude maar rustige nacht rijden we vandaag door zeer wisselende landschappen. Soms grote zandvlaktes, dan weer grote vlakten met grove stenen, gevolgd door een uitgestrekt gebied bezaaid met grint. De lunch brachten we door bij Wadi Mathendoush, die ooit de grootste rivier was die door de Messak stroomde en ook nu nog naar het schijnt in een kolkende watermassa kan veranderen. Vandaar dus het vele grint dat we hier vinden.
Het is oudjaar, maar hier in het desolate landschap van de woestijn is het besef van champagne en oliebollen ver weg. Wel hebben we na het avondeten gezellig gezongen bij het kampvuur. De jonge chauffeur van de kok, die ook Abdul heet en met wie we in de loop van de week een steeds beter contact hadden gekregen, (en met wie ik ook een leuk woestijnspelletje speelde, een soort boter kaas en eieren), vertelde een prachtig verhaal in het Arabisch. We hadden geen idee waar het over ging, maar het klonk zo poëtisch en romantisch, dat we aan zijn lippen hingen. Die avond laat was voor mij ‘Om Nama Shivaya’ het lied dat aan me kleefde en ik niet meer kon loslaten. Prachtig om in de weidsheid van de nacht deze mantra te zingen. Maar omdat het toch koud en vochtig was, lagen we om 11 uur in de tenten en sliep ik – na nog de gebruikelijke sudoku voor het slapengaan te hebben ingevuld – meteen in een diepe voldoeninggevende slaap het nieuwe jaar tegemoet
1/1-11. Na elkaar een hartelijk gelukkig Nieuw Jaar te hebben gewenst en de tenten te drogen te hebben gelegd in de zon (want de laatste dagen was het vochtig koud en werden we wakker met veel condens in de tent) vertrokken we na het gebruikelijke ontbijt, waarbij het oude stokbrood werd geroosterd bij het vuurtje dat voor de chai was bestemd, voor de terugtocht naar de meer bewoonde wereld, naar het een paar honderd kilometer verder gelegen Sabha. We rijden langs een gigantisch landbouwproject van enkele tientallen kilometers omtrek ‘Mknousa' geheten bij Wadi Msnoer Besjoer. Het is een wonderlijk gezicht een compleet groot groen gebied omgeven door woestijn, zand, stenen, kaalheid, het grote niets. Hier wordt duidelijk hoe uit oude tijden er leem in de grond zit met maar een kleine laag zand erover. De grond wordt hier eerst geploegd en vervolgens van water voorzien, waarna de vruchtbaarheid van de bodem zichzelf al snel bewijst! Aangezien we geen zin hadden om weer een nacht in de woestijn door te brengen om de volgende dag te laat te vertrekken voor de lange reis naar Tripoli besluiten we in Sebha een hotel te nemen, waar we tegen vijf uur aankomen en ik me uitgebreid kon wassen en scheren en we een heerlijk buffetdiner verorberen.
Het afscheid van de chauffeurs en de kok is ontroerend en hartverwarmend, ze hebben ons uiteindelijk en inderdaad een veilige reis met veel bezienswaardigheden geboden. Dat ik veel en veel te veel in een auto heb moeten zitten en met een gevoel van opgejaagd worden werd opgescheept doet niet af aan hun goede bedoelingen. Ik kijk met dankbaarheid terug en heb met name Abdul number one diep in mijn hart geborgen.
2/1 vandaag de lange 800 kilometer lange reis terug naar Tripoli, met dezelfde luxe auto en zwijgzame chauffeur. Om 7.00 vertrokken en om 16.00 uur aangekomen. De man had haast en sloeg gemakshalve de lunch maar over. Maar het maakte wel dat we op tijd in Tripoli waren om nog een flinke glimp van deze tamelijk westers uitziende stad op te kunnen vangen. Hier lopen mensen op straat die westers gekleed zijn, veel vrouwen ook zonder hoofddoek zelfs. Een bezoek aan de Souks van Tripoli was een topper. Helaas gingen al gauw veel winkeltjes dicht, maar dat verhinderde ons niet een goede indruk te krijgen van de sfeer, de drukke gezelligheid en de uitgebreidheid van de aangeboden handelswaar. Mij lukte het er een prachtige djellaba te kopen van een soort geschoren schapen of geitenhuid. Heerlijk als avondjurk of ochtendjas.
Na een heerlijke maaltijd in een plaatselijk restaurant, waar ook weer veel westers geklede arabieren waren, zat de vakantie erop.
Ook de vliegreis terug naar Schiphol verliep vlekkeloos. En mijn boek Eten, bidden, beminnen, heb ik zo goed als uit kunnen lezen…
Een paar gedachten, of wellicht beter gezegd belevingsbeelden tijdens mijn reis wil ik je niet onthouden:
---o0o---
Waar ik mijn bewustzijn op richt is slechts de helft van het geheel. Richt ik mij op het goede dan mis ik het kwade; en omgekeerd. Ongeacht waar ik me ook op richt, daarachter is het Al en het Niets.....
---o0o---
Zoals de oceaan is in de waterdruppel, is de woestijn in de zandkorrel.
Zoals de tocht door het water zich wadende vormt, zo ontstaat een pad gaandeweg.
Zoals een mens niet een tweede maal in dezelfde rivier zwemt, zo kan niemand de weg lopen die een ander is gegaan
Fijn dat je tijd nam om dit verslag te lezen....
En weer thuis, de kranten lezend, werd het me snel duidelijk dat we hier inderdaad een ander regime, ehhh een andere regering hebben nu. Waar rechts kennelijk zijn vingers bij aflikt.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley